Anatomie van de knie
Slijtage van de knie
Knieprothese - kunstknie
Kruisbandletsel
Meniscusletsel
Patellofemorale klachten
Schouder revalidatie

Schouderrevalidatie

Neerplastiek en
cuffrepair-operatie
Informatie voor patiënten die een
neerplastiek en/of cuffrepair-operatie
ondergaan vanwege aanhoudende
klachten in de schouder en arm

Wat is de oorzaak van uw klachten
Het schoudergewricht
Het schoudergewricht wordt gevormd door een kom; dat een deel van het
schouderblad is en de kop van de bovenarm. Om het gewricht bevindt zich een
gewrichtskapsel. Daar omheen lopen spieren en pezen. Het gewrichtskapsel, de
spieren en pezen vormen samen de ‘cuff’.
De beweging in het schoudergewricht is afhankelijk van een groep van vier
spieren (rotatoren). Deze spieren liggen als een soort manchet om de kom van
het schoudergewricht. De spieren monden uit in pezen, waarvan de uiteinden
aan de bovenarm vastzitten. Om de bovenarm soepel te laten bewegen functioneren
slijmbeurzen rondom de pezen als een soort stootkussen. Normaal glijden
zo de pezen gladjes tussen het schouderdak en bovenarm. Wanneer de
rotatorspieren aanspannen kan de schouder verschillende kanten op bewogen
worden.
Door de vorm van het schouderblad is de ruimte die de spieren en pezen hebben
om te bewegen heel klein.

Oorzaak van de klachten
Zoals hierboven vermeld, is de ruimte voor de pezen om te bewegen erg klein.
Sommige mensen zijn zo gebouwd dat de ruimte extra smal is. Bij het ouder
worden, wordt de pees wat dikker en daardoor kan het dus zijn dat de pees te
weinig ruimte heeft om te kunnen passeren. Het schouderblad veroorzaakt dan
irritatie waardoor de slijmbeurs ontstoken raakt.
Als u vaak bewegingen boven het hoofd maakt, kan dat proces eerder optreden.
Wanneer dit langer blijft bestaan, kan er een scheurtje ontstaan in de cuff.


Cuff ruptuur
Naast een scheurtje in de cuff met als oorzaak de geringe ruimte zoals hierboven
vermeld, kan er ook een scheur in de cuff ontstaan na een val.
Met behulp van een echo-onderzoek kan men een scheur vaststellen.


Klachten
De beknelde spieren en pezen en de ontstoken slijmbeurs veroorzaken pijnklachten
bij het optillen van de arm. De pijn wordt vooral gevoeld bij voorwaartse
tilbewegingen, zoals het ophangen van een jas en het gooien van een
bal. Ook het aantrekken van een jas, werken boven het hoofd en op de schouder
liggen worden gevoeliger.
Wanneer er sprake is van een scheur in de cuff als gevolg van een val, is het
soms niet meer mogelijk om de arm op te heffen.

Verminderen van de klachten
Er zijn verschillende mogelijkheden om de klachten te verminderen.
- Wanneer er sprake van pijn is, kunnen pijnstillers voorgeschreven worden
om deze pijn te verminderen.
- Met behulp van fysiotherapie. De fysiotherapeut zal door middel van
oefeningen proberen de pijn te verlichten en de spierkracht en coördinatie
te herstellen.
- Met behulp van injecties met ontstekingsremmende werking kan de
ontstoken slijmbeurs tot rust worden gebracht.
- Door middel van een operatie. Als voorgaande maatregelen onvoldoende
helpen, is een operatie vaak de enige oplossing.
De kans dat na een operatie de klachten verdwijnen is 80%. 1 op 5
patiënten blijft, ondanks een operatie, toch klachten houden.

Diagnose en onderzoek
De arts stelt de diagnose aan de hand van de aard van de klachten, het lichamelijk
onderzoek, röntgenfoto’s en eventueel een MRI-scan of echo.

Wat is een Neeroperatie met eventueel een cuffrepair?
Een Neeroperatie is een operatie aan de schouder volgens Neer; Neer was in
het verleden een bekende schouderspecialist.
De operatie kan uitgevoerd worden middels een open procedure of via een
zogenaamde scopie (kijkoperatie).
Bij de open procedure wordt een kleine snee van ongeveer 5 centimeter aan de
voorzijde van de schouderkop gemaakt. Aan de onderkant van het schouderblad
wordt een stukje bot verwijderd. Eventuele kalkophopingen worden ook
verwijderd.
De bewegingsruimte voor de spieren en pezen én voor de slijmbeurs is nu vergroot,
zodat zij niet meer bekneld raken en de irritaties verdwijnen. De pijnklachten
zullen daardoor verdwijnen.
Er wordt ook gekeken naar de cuff. Wanneer er sprake is van een scheurtje in
de cuff, wordt deze indien mogelijk tijdens de operatie gehecht. De hechting
zorgt ervoor dat de scheur kan genezen.
De operatie duurt tussen 15 en 30 minuten. Als er een sprake is van een cuffscheur
en deze gehecht moet worden, duurt de ingreep 45 tot 60 minuten.

Voordelen van een operatie
De operatie zal een snelle vermindering van de pijn met zich meebrengen
dankzij de toegenomen ruimte voor de spieren en pezen. Na de revalidatieperiode
zullen de normale bewegingen van het schoudergewricht weer mogelijk
zijn.

Mogelijke complicaties
Gelukkig treden na een schouderoperatie niet vaak complicaties op. Toch zijn er
een aantal complicaties.
Er zijn algemene complicaties en complicaties die specifiek bij deze operatie
horen.
Algemene complicaties bij een operatie:
- Omdat er sneden in de huid worden gemaakt, kan een huidzenuw
beschadigd raken. Dit geeft een doof gevoel in een gedeelte van de huid.
Meestal verdwijnen deze klachten in de loop van de tijd vanzelf. Soms zijn
ze echter blijvend.
- Er kan een nabloeding optreden.
- Een wondinfectie is een vervelende complicatie. De kans hierop is echter
erg klein.
- Omdat u tijdens en vlak na de operatie veel stil ligt in bed en dus minder
loopt, kan er een verstopping van een bloedvat in het been (trombose) ont
staan. Wanneer dit niet behandeld wordt, kan er een stolsel naar de longvaten
of hersenvaten schieten. Dit kan zeer ernstige gevolgen hebben. In
het ziekenhuis krijgt u een injectie ter voorkoming van trombose.
Trombose is herkenbaar aan een dikke en pijnlijke kuit.
Specifieke complicaties bij de schouderoperatie:
- Frozen shoulder na een neerplastiek: de schouder kan in enkele gevallen
als gevolg van littekenvorming stijf worden. Het is dus erg belangrijk de
oefeninstructies die u krijgt van uw fysiotherapeut goed op te volgen en
actief te revalideren. Indien u last krijgt van een frozen shoulder en dit door
intensieve fysiotherapie niet verbetert, kan het zijn dat uw schouder onder
narcose moet worden doorbewogen.
Mocht u hierover nog vragen hebben dan kunt u dit altijd met uw arts bespreken.


Voorbereiding operatie
De arbodienst
U kunt met uw arts overleggen welke consequenties de schouderoperatie en
de daarbij behorende klachten voor de uitoefening van uw werk heeft. De arts
kan wanneer nodig informatie uitwisselen met uw bedrijfsarts. Zo wordt duidelijk
of u (tijdelijk) beperkingen heeft en zo ja, welke. Om uw privacy te beschermen
is uw toestemming nodig voor overleg tussen uw specialist en uw bedrijfsarts.
Uiteindelijk zal de bedrijfsarts uw terugkeer naar het werk begeleiden. Daarom
is het belangrijk dat uw bedrijfsarts op de hoogte is van de operatie en nabehandeling.
Afspraken over uw werk zullen vaak soepeler verlopen als u de
bedrijfsarts al vóór de operatie informeert. U kunt een gesprek voeren met uw
bedrijfsarts op het arbeidsomstandighedenspreekuur van de arbodienst van het
bedrijf of de organisatie waar u werkt. Bij de arbodienst kan men u vertellen
hoe u dit spreekuur kunt bezoeken.

Fysiotherapie
Het is zeer belangrijk dat u na thuiskomst uit het ziekenhuis kunt starten met
fysiotherapie. Om er zeker van te zijn dat dit mogelijk is, maakt u voor de
opname al een afspraak met een fysiotherapeut bij u in de buurt.
Wanneer u alleen een open neer operatie krijgt, start u met de fysiotherapie in
de thuissituatie twee weken na de operatie. De eerste twee weken is het vanwege
de nog aanwezige pijn niet zinvol om al te oefenen. Wanneer er naast
een open neer operatie ook een cuff repair uitgevoerd wordt, start u pas vier
weken na de operatie met de fysiotherapie.



De dag van de operatie
Op de polikliniek van uw behandelend arts hebt u een datum en tijd van opname
meegekregen.
Omdat het onderzoek onder anesthesie plaatsvindt, is het nodig dat u nuchter
bent. Meer informatie hierover vindt u in de folder 'anesthesie'.
U meldt zich op het afgesproken tijdstip bij de afdeling opname. Van daaruit
wordt u naar de afdeling gebracht, waar u wordt opgenomen.
Op de afdeling krijgt u een opnamegesprek met de verpleegkundige.
Hierin worden bijzonderheden met betrekking tot uw gezondheid en uw persoonlijke
omstandigheden besproken. Tevens vertelt de verpleegkundige u nog
kort het een en ander over de gang van zaken rond de operatie.
Voor de operatie start u met de pijnmedicatie. Dit heeft als doel een spiegel in
uw bloed op te bouwen zodat na de operatie de pijnmedicatie meer effect
heeft.

Direct na de operatie
Na de ingreep blijft u in de uitslaapruimte (verkoeverkamer) van de operatieafdeling
tot u goed wakker bent en tot alle controles (o.a. bloeddruk, polsslag,
ademhaling en pijn) goed zijn. Een verpleegkundige haalt u weer op. Op de
verpleegafdeling belt de verpleegkundige uw contactpersoon en informeert
deze over het verloop van de operatie.
De verpleegkundigen controleren regelmatig de pols, bloeddruk en de wond.
Na de operatie kunt u pijn hebben en misselijk zijn. Met behulp van een speciale
pijnbestrijdingsmethode wordt de pijn zoveel mogelijk
verlicht, zodat u sneller van de operatie hersteld. Tegen de misselijkheid krijgt u
eventueel medicijnen.

Infuus en drain
Na de operatie heeft u een infuus in uw arm. Het infuus zorgt ervoor dat u voldoende
vocht krijgt. Het infuus wordt na een dag verwijderd.
Ook heeft u een wonddrain. Dit is een slangetje wat uit de wond komt met
daarop aangesloten een opvangpot. Deze zuigt (door het vacuüm) continu het
overtollig wondvocht en bloed af. De verpleegkundige zal na de operatie de
drain en draininhoud zeer regelmatig controleren. De drain wordt de ochtend
na de operatie verwijderd.
De wond
Na de operatie kan de arm nog gevoelloos zijn door de verdoving. Er wordt
een soort draagband (collar 'n cuff) aangemeten waarin uw arm kan rusten. De
schouder kan in het begin nog gezwollen en pijnlijk zijn.
De wond is onderhuids gehecht met oplosbare hechtingen. Deze hoeven dus
niet verwijderd te worden en lossen na 6 tot 8 weken vanzelf op.
De eerste dag na de operatie goed zijn en het herstel
De verpleegkundige verwijdert het wondverband en controleert de wond.
De drain (dun slangetje om operatievocht af te laten lopen) en het infuus worden
verwijderd.
De verpleegkundige zal uw waar nodig helpen bij de lichamelijke verzorging.

Revalideren
Voordat u naar huis gaat, krijgt u nog bezoek van een fysiotherapeut.
Het soort therapie dat u gaat krijgen is mede afhankelijk van de operatie die u
ondergaan heeft:



Bij een open neerplastiek zonder cuff repair
Na deze ingreep is het belangrijk dat de arm meteen regelmatig bewogen
wordt.
Aanvankelijk start dit op een onbelaste manier dat wil zeggen met wat hulp
van buitenaf. U gezonde arm kan dan samen met de aangedane arm oefenen.
Het is verstandig om de geleerde oefeningen drie keer per dag te herhalen. Na
twee weken krijgt u hulp van de fysiotherapeut.
Doe de eerste weken niet meer dan u onder pijn aankunt. Pijn is niet bevorderend
voor het herstel. Na verloop van tijd kunt uw aangedane arm steeds meer
actief betrekken zonder dat dat pijn doet.
Naarmate de pijn afneemt,mag u het dragen van de draagband (collar 'n cuff)
thuis gaan afbouwen.
De eerste drie weken is het verstandig de geopereerde arm alleen te gebruiken
voor lichte activiteiten onder schouderhoogte (bijvoorbeeld eten, wassen, schrij-
ven). Activiteiten met uw arm boven schouderhoogte en zwaardere activiteiten
onder schouderhoogte (bijvoorbeeld tillen van zware voorwerpen) dient u nu
nog te vermijden. Als u voldoende spierkracht en beweeglijkheid heeft opgebouwd,
mag u vanaf drie weken na de operatie geleidelijk deze bewegingen
weer gaan uitvoeren. Overleg dit altijd met uw fysiotherapeut.
Bij een open neerplastiek met cuff repair

Wat betreft de neerplastiek zou het mogelijk zijn uw arm direct te bewegen.
De hechting van de cuff is hiervoor echter een complicatie. Door actief te
bewegen worden de spieren aangespannen, die daardoor trekkracht op de
hechtingen uitoefenen. Om deze reden mag u de arm minimaal 4 weken niet
actief gebruiken. Het is wel belangrijk dat u uw elleboog en pols oefent evenals
het pendelen arm zoals u geleerd hebt van de fysiotherapeut in het ziekenhuis.
Gedurende deze 4 weken moet u een draagband (shoulder immobilizer: soort
mitella) blijven dragen. Bij het douchen mag deze af, de arm laat u dan afhangen.
Na deze tijd start u onder begeleiding van een fysiotherapeut met actief oefenen.

Naar huis
Voorbereiding
De verpleegkundige heeft met u een zorg/ontslaggesprek. Besproken wordt of
alles volgens verwachting is verlopen en of alles voor het verdere revalideren
thuis is geregeld.
Ontslag
Bij ontslag uit het ziekenhuis krijgt u van de verpleegkundige een voorlopige
ontslagbrief voor de huisarts. Deze kunt u daar afgeven. Daarnaast krijgt u een
controleafspraak mee, die ongeveer zes weken na de operatie plaatsvindt. Ook
krijgt u een verwijzing voor de fysiotherapie in de thuissituatie mee.
Daarnaast neemt de verpleegkundige nog enkele praktische zaken met u door.
Mochten er vóór uw controleafspraak klachten of complicaties optreden, overlegt
u dan met uw huisarts of belt u met de polikliniek orthopedie.
U kunt niet zelf met de auto of fiets naar huis rijden. Het is verstandig om af te
spreken dat iemand u komt halen.

Weer thuis
Resultaat van de operatie
De eerste tijd na de operatie zal uw schouder en het gebied rondom de wond
dik en warm aanvoelen. Dit wordt geleidelijk minder. Ook heeft u mogelijk
enkele bloeduitstortingen (blauwe plekken) bij de wond maar deze verdwijnen
vanzelf.

Wanneer een arts waarschuwen?
Het is belangrijk dat u in de volgende gevallen contact opneemt met uw huisarts:
- Als de operatiewond gaat lekken;
- Als de wond steeds dikker wordt;
- Als de wond steeds meer pijn gaat doen ook al bent u minder gaan
bewegen;
- Als u koorts gaat ontwikkelen hoger dan 38,5º Celsius.
Vermeld aan de huisarts altijd dat u geopereerd bent en hoe lang dit geleden
is.



Adviezen voor thuis
Afhankelijk van de operatie en individuele factoren, ondervindt u na de operatie
nog enige tijd hinder van het operatiegebied. Er volgen nog enkele adviezen:
- Na het douchen de wondjes droogdeppen. U mag de eerste week niet
baden en zwemmen. Droog houden van de wond bevordert een goede
wondgenezing, dus kunt u beter ook geen afsluitende pleister op de
wondjes gebruiken.
- Slaap eventueel de eerste 6 weken met een kussen onder uw arm. Na 6
weken mag u weer op de geopereerde schouder gaan liggen.





Nabehandeling
Het hervatten van het dagelijks leven en werkzaamheden na een neerplastiek
U gaat steeds beter bewegen. Ook de kracht en coördinatie van de spieren
nemen toe.
Wanneer u de draagband niet meer nodig heeft en u voldoende controle over
uw arm heeft kunt u weer gaan autorijden en fietsen. Laat uw fysiotherapeut
dit mede beoordelen.
U kunt na 4 tot 5 weken weer beginnen met werken. Dit is afhankelijk van de
inhoud van het werk. Zittend werk kan vaak na 4 weken hervat worden.
Zwaarder lichamelijk werk kan vaak pas na 6 tot 8 weken hervat worden.
Uw schouder en/of arm kan nog enige tijd gevoelig blijven.

De terugkeer naar zwaardere belasting en sport
De meeste sporten kunnen vaak na drie maanden weer uitgeoefend worden.
Het hervatten van het dagelijks leven en werkzaamheden na een neerplastiek
en cuff repair
In geval van een cuffruptuur, waarbij de scheur is gehecht en u 4 weken een
shoulder immobilizer heeft gedragen, start u na controle op de polikliniek met
fysiotherapie. De revalidatie na hechten van de cuff duurt gemiddeld 2 tot 3
maanden. De schouder kan daarna nog enige tijd gevoelig blijven.
Bovengenoemde termijnen verschillen per patiënt. Als u weer wilt gaan werken
of sporten is het verstandig dit te bespreken met uw arts en bedrijfsarts.